
Inhoud → Rocrail Server → Eigenschappen
Afhankelijk van: Gebruik Bi‑Directionele Communicatie
Als deze optie is ingesteld, zullen lege blokken de loc met deze code accepteren.
Als de loc zich al in een ander blok bevindt, zal deze worden verplaatst indien deze niet in automodus staat.
Gebruik deze optie alleen als het gebruikte systeem 100% betrouwbaar rapporteert.
Als er een identificatiemelding komt uit een blok die niet verwacht wordt, dan wordt de baanspanning uitgeschakeld.
Als een melder in een blok een onverwachte trein meldt en "Accepteer spooktreinen" niet aan staat, wordt de automodus uitgeschakeld.
Als een melder in een blok een onverwachte trein meldt en "Accepteer spooktreinen" niet aan staat, wordt de baanspanning uitgeschakeld.
Als de Baanspanningsmanager wordt gebruikt, en een blok is gekoppeld aan één van de boosters, dan krijgt alleen die booster een uitschakelcommando.
De beveiliging wordt verminderd door deze optie uit te schakelen…
Als een melder in een blok een onverwachte trein meldt en "Accepteer spooktreinen" niet aan staat, wordt een noodstopmelding naar de centrale gestuurd.
Bewaar de spooktreinstatus totdat deze handmatig wordt gereset.
Als deze optie niet is ingeschakeld, verdwijnt de spookstatus zodra het blok niet langer elektrisch bezet is.
Stop de automodus van niet‑pendeltreinen na de IN‑melding in een kopstation, zodat de locomotief handmatig kan worden omgelopen naar de andere zijde van de trein.
Als het blok geen spookmeldingen accepteert en het is elektrisch bezet, dan sluit het bij de eerste poging om dit blok te reserveren.
Een RailCom‑sectie kan meerdere decoders detecteren.
Schakel deze optie in om alleen de eerste gerapporteerde decoder te gebruiken voor het identificeren van een locomotief.
Sluit blokken als er geen melders zijn gedefinieerd voor het rijden in automodus.
Schakel deze optie in om wachten in handmatige modus te vermijden.
Blokken krijgen een toevalsfrequentie waarmee de kans wordt beïnvloed dat een trein naar een bepaald blok wordt gestuurd, wanneer er meerdere bestemmingsblokken beschikbaar zijn.
Rocrail kiest willekeurig uit de lijst van beschikbare blokken. Elke bestemming heeft dezelfde kans.
Rocrail houdt rekening met de ingestelde toevalsfrequentie van elk blok.
- Elk blok krijgt een waarde (Toevalswaarde).
- Alle waarden worden opgeteld om een bereik te vormen.
- Hoe hoger de waarde van een blok, hoe groter de kans dat Rocrail dat blok kiest.
- Het blijft echter een toevalsproces, dus het resultaat blijft onvoorspelbaar.
| Blok | Waarde | Kansbereik |
|---|---|---|
| b1 | 10 | 0…10 |
| b2 | 40 | 11…50 |
| b3 | 50 | 51…100 |
Bij het vergrendelen van een blok wordt gecontroleerd of het spanning heeft, indien het blok deel uitmaakt van een Energiebeheer/Boosters
Controleer of het blok geëlektrificeerd is in het geval een elektrisch aangedreven locomotief het blok wil reserveren.
Koppel analoge blokken als het gebruikte rijregelsysteem dit ondersteunt.
Alle blokrijregelaars ontvangen een afzonderlijk commando als deze optie niet is geactiveerd.
De koppeling heeft betrekking op rijwegen: het bestemmingsblok en alle tussenliggende blokken worden gekoppeld aan het huidige (bron)blok.
Opmerking: Deze optie, die standaard geactiveerd is, wordt aanbevolen voor het Dinamo‑systeem.
Als een bestemmingsblok in een dienstregeling geen vertrektijd of minimale wachttijd heeft ingesteld, wordt de blokwachttijd gebruikt.
Om compatibiliteitsredenen is deze optie standaard actief.
Minimale waarde dat een blok langer moet zijn dan de trein om de trein in het blok toe te laten.
Zie voor lengte instellingen ook:Treinlengte, Bloklengte
De wachtijdtijd in ms wordt gebruikt als de automodus is geactiveerd; elk blok zal zichzelf initialiseren, wat meestal seincommando’s verstuurt.
Deze wachttijd wordt vooral gebruikt om te voorkomen dat er te veel commando’s in een korte tijd worden verzonden.
Standaard = 0 ms.
Als een locomotief in de wachtstatus staat, zal elke seconde de resterende wachttijd worden doorgegeven.
Geeft de modus status van elke locomotief door aan de Rocrail clients.
Om CPU rekenkracht te besparen kan deze optie worden uitgeschakeld.
In het geval van een rood sein in het huidige blok, wordt er een rode stip in de linkerbovenhoek van de snelheidsaanduiding van de loc-bediening weergegeven.

In Rocweb zal de achtergrondkleur van de rijrichtingsknop rood worden.
Schakel BiDi in voor het krijgen van BiDi terugmeldingen.
Een gastloc wordt gemaakt als een BiDi identificatie niet overeenkomt met een bestaande loc.
20130714.155617.330 r9999I bidibrea OBiDiB 2743 BM port 5 reports loco 323 20130714.155617.360 r9999c bidibrea OBiDiB 1289 sensor bus=68000004 addr=6 state=occ ident=323 type=loco-addr-fwd 20130714.155617.361 r9999I bidibrea OBlock 0426 ident = 323 20130714.155617.361 r9999I bidibrea OModel 2493 try to find loco by addres [323] 20130714.155617.361 r9999I bidibrea OModel 2499 generating a loco for addres [323] 20130714.155617.361 r9999I bidibrea OModel 0667 adding lc 323... 20130714.155617.361 r9999I bidibrea OLcDrive 0606 LcDriver 2.0.0 loaded for 323 20130714.155617.361 r9999I bidibrea OLoc 3482 loco [323] enterside=[+] 20130714.155617.362 r9999a bidibrea OBlock 0513 set loco 323 in block 601 20130714.155617.362 r9999I bidibrea OBlock 2175 block 601 set locid=323 20130714.155617.864 r9999I 323 OLoc 1647 Runner for "323" started.
Activeer deze optie als BiDiB-hardwaresystemen een bevestiging verwachten van feedback van adressen die niet in Rocrail zijn gedefinieerd. Om de bevestiging mogelijk te maken, worden tijdelijke melderobjecten gemaakt voor de ongedefinieerde adressen.
| <> |
| |
Enter meldingen worden genegeerd als deze binnen de gespecificeerde tijdsframe vallen. (waarde = getal x 10ms)
Een melding moet binnen de ingestelde tijd (seconden) plaatsvinden. Als dit niet gebeurt, verschijnt er een waarschuwingsboodschap in het Rocgui server window.

Met deze gebeurtenis kan een actie opgestart worden.
Optie is uitgeschakeld als de waarde 0 is. (Standaard)
Deze optie kan nuttig zijn als treinen niet zichtbaar zijn zoals in tunnels en om wat voor reden dan ook tot stilstand gekomen zijn.
Bij een melder timeout kan de status eventtimeout van de betreffende locomotief worden gebruikt om een actie te activeren die bijvoorbeeld een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal inschakelt of de baanspanning uitschakelt.
Melder timeouts treden op wanneer:
Een CSV‑lijst van automatisch uitgesloten locaties.
Dit kan nuttig zijn wanneer een locomotief zich in een niet-zichtbare locatie bevindt (bijvoorbeeld een schaduwstation of opstelspoor), zodat er geen opdrachten naar die locomotief worden gestuurd.
Als de rijweg omgelegde wissels bevat, wordt het seinbeeld op wit gezet (geel bij seinen met drie aspecten) en wordt de snelheid van de locomotief ingesteld op V-Mid.
Om deze optie niet te gebruiken moet het vinkje worden gezet.
Als de gebruikte wissels betrouwbaar zijn en niet verbonden zijn met standmelders, kan de schakeltijd van de rijweg met deze optie worden verkort.
Gebruik de Systeem initialiseren commando bij het opstarten om zeker te zijn dat alle wissels goed staan.
| |
Als deze optie is geactiveerd, worden de rijwegen, rijweg per rijweg, ingesteld, rekening houdend met de Rijweg synchronisatie timeout, om het energieverbuik te verminderen en overbelasting van wisseldecoders met meerdere uitgangen te voorkomen.
Let op: Deze optie is NIET compatibel met FiFo blokken.
Als deze optie is geactiveerd, zal de Finder worden gebruikt om het kortste, langste of willekeurige pad naar de bestemming te vinden.
Als deze optie niet is geactiveerd, is de rijwegkeuze willekeurig (‘Aquarium‑modus’).
Deze optie kan worden gebruikt voor het herplaatsen van wegvoertuigen welke naar een verkeerde bestemming zijn gegaan door een niet werkende wissel of melder.
Dit kan echter alleen werken als de RFID detectie 100% betrouwbaar werkt.
| Geen officiële forumondersteuning |
Dienstroosters worden niet herstart na het stoppen van de automodus.
Activeer deze optie om bij ingestelde trein‑ en bloklengtes het kortste passende blok te kiezen.
Houd er rekening mee dat dit de variatie vermindert en soms steeds hetzelfde blok wordt gekozen.
Blokken met afwijkende toestemmingen of eigenschappen worden genegeerd.
Het selecteren van het kortste blok heeft de laagste prioriteit.
Afhankelijkheden
Indien geactiveerd (standaard) heeft het Locatie doorloopbeheer de voorkeur, indien niet ingesteld, hebben de prioriteiten van de rijwegen voorrang.
Optie om gebruik te kunnen maken van de analysator. (Standaard aan)
Uit te schakelen voor een demoserver.
Alle rijwegen en wissels worden geforceerd vrijgegeven na een noodstop.
Dit werkt alleen als de optie 'Noodstop bij spooktreindetectie' is ingeschakeld.
Tijd in ms tussen wisselschakelcommando's in rijwegen.
Bereik 0…10000ms. Standaard 500ms (Rev. 12.671+)
Als een trein over een rijweg met wissels wordt gestuurd, zullen deze wissels met de hier gedefiniëerde tussenpozen na elkaar worden omgezet. Het vertrek van de trein zal worden vertraagd totdat alle wissels hun commando hebben gekregen.
Wanneer er wissels zonder terugkoppeling worden gebruikt zal Rocrail niet weten wanneer de wissels in de juiste positie staan en de trein veilig kan vertrekken. Dit geld vooral bij servo aangedreven wissels waar het tijd kan kosten om de wissel om te zetten.
Note: De "Rijweg schakeltijd" is niet de tijd dat een wissel zelf aan het schakelen is. Het is de tijd interval tot de volgende wissel de opdracht krijgt om te gaan.
Wanneer de optie Synchroniseer rijwegen actief is zal Rocrail wachten met het instellen van een tweede rijweg, maar slechts voor de opgegeven timeout-tijd. Wanneer deze timeout is verlopen, wordt de volgende rijweg ingesteld, ongeacht of het instellen van de eerste rijweg al voltooid is.
De globale timeout (in seconden) om te wachten op het instellen van alle commando’s in een rijweg.
"Een foutmelding ‘2060’ verschijnt in het Rocview‑serverpaneel als de timeout wordt overschreden. De foutmelding kan worden verwerkt door een systeemactie.
Standaard ingesteld op nul: Niet gebruikt.
Deze waarde kan worden overschreven door de Timeout instellen waarde in de rijwegeigenschappen.
Tijd in seconden tussen enter2in meldingen bij virtueel automatisch rijden.
Bereik 2-60 seconden.
Realtime berekening voor de enter2in meldingen bij virtueel automatisch rijden.
De reistijd van een trein wordt virtueel berekend op basis van de locomotiefsnelheid in km/u, de schaal, de bloklengte en de rijweglengte.
Voorwaarden voor realtimeberekening:
Ook bekend als "Look a head" optie.
Dit is een algemene vlag die geldt voor alle locs, er zal geprobeerd worden twee vrije blokken vooruit te reserveren bij een enter of een initieel go signaal.
Om deze optie per locomotief in te stellen, laat u de globale instelling uitgeschakeld. Dit zorgt voor meer variatie in het rijgedrag van de locomotieven: Locomotive Details
Let op: Deze optie kan geen zgn. "deadlocks" voorkomen, gebruik daarvoor de kritische secties en blokgroepen.
Let op: Deze optie is noodzakelijk om drie‑aspect seinen in bepaalde configuraties de juiste seinbeelden te laten tonen.
Deze optie voorkomt dat de bediening van een locomotief kan worden overgenomen van een andere handregelaar.
Op de handregelaar waarmee de locomotief bediend wordt, moet deze expliciet worden vrijgeven vóórdat de bediening kan worden overgenomen door een andere handregelaar.
Verwerk ook loc‑gebeurtenissen afkomstig van onbekende handregelaars (nul of lege ID).
Normaal worden deze meldingen genegeerd om het uitzenden van echo‑pakketten naar clients te voorkomen.
Tip1: Bij bepaalde centrales (zoals Intellibox, ECoS, CS1, CS2) worden wijzigingen in loc‑snelheden en/of loc‑functies via een centrale‑handregelaar niet weergegeven in Rocview. Door deze optie te activeren wordt dit gedrag gecorrigeerd.
Tip2: Herstart zowel Rocrail als de centrale.
Tip3: De baanspanning moet ingeschakeld zijn om functies in Rocview te activeren.
Geef de locomotief vrij uit de loc-lijst van de centrale om ruimte te maken voor nieuw geactiveerde locomotieven.
De locomotief wordt vrijgegeven nadat deze vanuit automodus in idle/stop is gezet en de snelheid nul is.
Ondersteunde bibliotheken:
Het V0‑commando wordt alleen verzonden als de locsnelheid al nul is en bij de eerste inschakeling van de baanvoeding in deze sessie.
Opmerking: Deze optie kan nuttig zijn om RailCom‑decoders naar kanaal 2 te schakelen. Dit is noodzakelijk wanneer meerdere decoders zich in dezelfde detectiesectie bevinden.
Reset alle loc snelheden naar nul en schakelt alle functies uit bij het opstarten.
Als een loc een onderdeel is van een multitractie worden de commando's voor deze loc omgeleid naar de hoofdloc.
Bij een noodstop wordt een stopcommando naar alle locomotieven gestuurd.
| Deze optie wordt opnieuw ingesteld nadat de automodus is ingeschakeld, en blijft zo tot de volgende Rocrail‑start. |
Gebruik de richting die door de BiDi sensor wordt gemeld om de loc plaatsing in te stellen wanneer de locomotief niet in automodus staat en de globale automodus is gedeactiveerd.
Gegenereerde locomotieven zijn uitgesloten van deze optie.
Deze optie heeft ook de Gebruik bi-directionele communicatie en Gebruik loc-ID om in blok te plaatsen nodig.
Let op: gebruik deze optie met zorg, omdat de door de BiDi‑sensor gemelde richting de logische richting of plaatsing in Rocrail kan verstoren.
Zie ook blokpolarisatie.
Met deze optie zal de blokaankomstzijde worden gewijzigd i.p.v. de locplaatsing.
Schakel de verwerking van BiDi, RailCom en richting uit na het eerste Automodus aan‑commando.
Dit blijft zo gedurende de hele Rocrail sessie.
Herstel bij het opstarten het laatst gebruikte dienstrooster.
Bij het opstarten wordt het eerder opgeslagen goto‑blok hersteld en gereserveerd.
Stuurt een stopcommando naar de handmatig bediende locomotief als deze een IN melder bereikt en nog geen verdere bestemming heeft.
Deze instelling bepaalt het tijdsinterval (in seconden) tussen het starten van locomotieven in automodus. De standaardwaarde is 1 s.
Deze functie vertraagt opeenvolgende loc‑starts in automodus bij gebruik van de commando’s Start alle locs en Herstart alle locs.
Dit voorkomt dat te veel treinen en wisselcommando’s tegelijk worden gestart.
Deze instelling bepaalt het maximum aantal locomotieven dat gelijktijdig in automodus kan rijden. De standaardwaarde is 0, wat inhoudt dat alle locomotieven mogen rijden.
De baanspanning wordt uitgeschakeld bij een reset in het Automatisch menu.
Dit voorkomt dat de automodus wordt geactiveerd voordat alle gedefinieerde Decoders zich hebben aangemeld.
Ondersteunde systemen:
Automodus wordt pas ingeschakeld zodra alle locomotieven hun functies en snelheid correct hebben hersteld.
Gebruik een interval van 60 seconden voor het evalueren van actie-timers.
Als deze optie niet is ingesteld, wordt een interval van 1 seconde gebruikt. Dit vraagt extra rekenkracht van de CPU.
Activeer de weersimulatie.
Schakel het activeren van acties via trace ID in, in combinatie met systeemacties.
Er wordt een boosterobject aangemaakt bij een inkomend baanspanning‑ of statusmelding van een onbekende booster, mits zijn UID is ingesteld.
Tijd (in milliseconden) tussen de commando’s tijdens het initialiseren van het systeem.
De waarde wordt vaak ingesteld gelijk aan of hoger dan de rijweg wisselschakeltijd zodat wissels correct gezet kunnen worden en om te voorkomen dat er te veel commando’s in een korte periode worden verzonden.
Het in de juiste positie zetten van de wissels kan met en zonder baanspanning gebeuren. Door een vinkje te zetten kan een keuze gemaakt worden.
Bij 2-rail systemen, met gepolariseerde puntstukken in de wissels, is het beter om de railspanning uitgeschakeld te houden om kortsluiting te voorkomen als er wagons of Locomotieven in een wissel staat.
Tijd (in seconden) om te wachten totdat alle locomotieven tot stilstand gekomen zijn.
Zie ook het menu Bedrijfseinde.
Tijd (in seconden) om te wachten voor het afsluiten en uitschakelen van de hostcomputer nadat de bedrijfseinde cyclus gereed is.
Sluit de hostcomputer af zodra de Bedrijfseinde cyclus gereed is.
Het standaard seinbeeld voor een niet bezet blok.
Schakel het gele seinbeeld uit wanneer het volgende bloksein rood toont. Zie ook Rocrail Eigenschappen en de pagina Seinen.
Accessoire‑meldingen die geen sensoren of wissels zijn, worden beschouwd als seinsturingen.
Schakel deze optie alleen in als handmatig bediende seinen, rechtstreeks op de centrale, correct moeten worden weergegeven in Rocrail.
Er wordt geen commando naar de centrale gestuurd als het sein (ogenschijnlijk) al het gewenste seinbeeld toont.
Gebruik het Initialiseer systeem commando bij het opstarten om zeker te zijn dat alle seinen goed staan.
| |
Tijd (in seconden) om te wachten voordat de seinen van het huidige blok en/of de rijweg terug op rood worden gezet.
Als de afstand tussen het sein en het volgende blok‑enter‑event erg groot is, kan het zinvol zijn deze timer in te stellen. Het eerstvolgende event zal de seinen resetten: enter van het volgende blok of het einde van de Reset sein timer.
Standaard ingesteld op nul: niet gebruikt.
Tijd (in seconden) om te wachten totdat een seinarm van rood naar groen/geel is bewogen. Standaard ingesteld op 1 seconde.
Deze optie voorkomt dat treinen vertrekken voordat het sein het juiste seinbeeld toont. De waarde kan bovendien worden verhoogd om de reactietijd van de machinist te simuleren.
Let op: Deze optie is alleen effectief bij seinen die gekoppeld zijn aan een blok.
Tijd (in seconden) om te wachten totdat een sein een ander seinbeeld toont. Standaard ingesteld op 1 seconde.
Deze optie voorkomt dat treinen vertrekken voordat het sein het juiste seinbeeld weergeeft. De waarde kan bovendien worden verhoogd om de reactietijd van de machinist te simuleren.
Let op: Deze optie is alleen effectief bij seinen die gekoppeld zijn aan een blok.
Staat standaard aan.
Bij testen met de Virtuele Centrale (Virtual CS), en indien er wisselstand‑terugmeldingen gedefinieerd zijn, kan het soms wenselijk zijn deze te negeren om rijwegen te kunnen instellen.
Wissels worden bekrachtigd gedurende de hier opgegeven tijd (in milliseconden). De waarde hangt af van het type wissels dat in gebruik is. Korte schakeltijden verdienen de voorkeur, maar het moet wel gegarandeerd zijn dat de wissels betrouwbaar blijven functioneren.
Let op:
Centrales gebruiken meestal de schakeltijd die in de centrale zelf is ingesteld; het is daarom niet mogelijk deze optie te gebruiken om de werkelijke schakeltijd te wijzigen. De schakeltijd moet echter ten minste gelijk zijn aan de waarde van de centrale. Dit garandeert dat de wissel correct gezet is voordat een trein kan vertrekken.
Tijd in (seconden) waarna de wissels terug gesteld worden naar hun veilige terugstelpositie.
Een waarde van 0 zal deze optie uitschakelen in automodus.
CVL meldingen inschakelen. Schakel deze optie uit als dit te veel rekenkracht vraagt.
Standaard wordt de rijwegkleur ook gezet wanneer het blok bezet is.
Gebruik zwart als vulkleur wanneer de rijweg vrij is.
Activeer slepen en neerzetten vanuit CTC-objecten.