
Inhoud → Rocrail Server → Eigenschappen
| Alle tekst velden gemarkeerd met een @ kunnen een @Box openen met een enkele klik op de label als het tekstveld niet leeg is. De tekstvelden kunnen worden gebruikt voor een zoekopdracht. |
Selecteer in de keuzelijst het gewenste centraletype/protocol en druk op de Toevoegen knop.
Voor de duidelijkheid spreken we verder over deze centrale als 'Centrale'.
De nieuwe toegevoegde centrale is nu te zien met de Interface ID NEW.
Selecteer de nieuwe NEW centrale in de lijst en klik op Eigenschappen om de instellingen goed te zetten en om een 'duidelijk' Interface ID te geven.
De ondersteunde protocollen zijn te vinden op de Command Stations (EN) pagina.
Informatie over de ondersteunde centrales is te vinden in het hoofdstuk Centrales.
Unieke identificatie voor het geselecteerde centrale.
Vrije tekst voor opmerkingen en notities over het geselecteerde centrale.
Deze optie verhindert het verzenden van baanspanning UIT/AAN commando's.
Ondersteunde centrales:
In gevallen waar meer dan één contrale is gedefinieerd, kan deze optie worden gebruikt om Geen baanspanning uit bij spooktreindetectie te negeren.
Door de optie in te stellen, wordt de geselecteerde centrale in virtuele modus (bijvoorbeeld tijdelijk) gezet.
In plaats van de bibliotheek gedefinieerd in de eigenschappen, wordt de bibliotheek van het virtuele centrale (vcs) gebruikt.
Voor activering is een herstart van de server vereist.
Wisselt de uitgangslogica voor wissel- en uitgangscommando’s.
Handig wanneer de centrale een andere logica gebruikt dan Rocrail verwacht.
Voorbeeld zonder 'Uitgangslogica omkeren'
Voorbeeld met 'Uitgangslogica omkeren' ingeschakeld
Ondersteunde centrales:
Om een centrale uit de configuratie te verwijderen, selecteert u deze in de lijst en klikt u vervolgens op de knop Verwijderen.
Het eigenschappenvenster is afhankelijk van het gekozen centraletype.
De beschikbare opties en instellingen verschillen per centrale en worden uitgebreid beschreven in het hoofdstuk Centrales (EN) .
U kunt ook dubbelklikken op een centrale om het eigenschappenvenster te openen.
Let op: Sommige centrales gebruiken hetzelfde dialoogvenster. Het is daarom mogelijk dat er opties zichtbaar zijn die niet voor alle centrales beschikbaar zijn.
De specifieke mogelijkheden en beperkingen worden beschreven in het hoofdstuk van de betreffende centrale. Zie Centrales (EN) !
De geselecteerd centrale wordt aan het begin van de lijst geplaatst en is de standaard centrale na herstart van Rocrail.
| Indien voor objecten een andere centrale dan de standaard centrale wordt gebruikt, moet voor deze objecten de parameter interface identifier worden ingesteld volgens de interface identifier van deze andere centrale. |
| |
Accepteert alle gewijzigde invoer in de velden Interface ID , Beschrijving , Negeer boostercommando's en Geen baanspanning uit bij spooktreindetectie , Virtueel en Uitgangslogica omkeren voor het geselecteerde centraletype.
Standaard krijgt de centrale de opdracht om de baanspanning uit te schakelen als Rocrail afgesloten wordt.
Deactiveer deze optie als dit niet gewenst is.
Als deze optie is geactiveerd, wordt de baanspanning ingeschakeld nadat de centrale is geïnitialiseerd.
Sommige centrales ondersteunen een uitschakelcommando:
De Watchdog fungeert als een “dead man’s switch” voor het geval de verbinding tussen de centrale en Rocrail tijdens een sessie wegvalt.
Rocrail stuurt een blokpuls naar de opgegeven decoderuitgang.
Voor deze decoderuitgang is speciale hardware en firmware nodig om de puls te controleren. Als de puls uitblijft, schakelt de decoder een relais uit na een ingestelde tijdsduur.
Dit relais beheert de globale baanspanning, zodat de baan veilig wordt uitgeschakeld bij een verbindingsfout.
Indien ingesteld op een waarde groter dan nul wordt de Watchdog geactiveerd.
Waarden kleiner dan 500 ms worden automatisch verhoogd naar 500 ms.
Bij elke interval wisselt de uitgang tussen AAN en UIT.