Table of Contents
Accessoire-functiedecoders
Algemeen
| Alle tekstvelden die gemarkeerd zijn met een @ kunnen de @Box openen met een enkele klik op het label. De tekstveldinhoud zal worden gebruikt voor het zoeken. |
Interface ID
Als er meer dan één commandocentrale wordt gebruikt, kan hier worden aangegeven aan welke commandocentrale de decoder is verbonden.
NET-ID
De unieke ID in het netwerk, zoals CAN-ID.
ID
Unieke ID voor de decoder om deze decoder te kunnen gebruiken bij het programmeren.
Naam en Type
Decoders die hun identiteit terugmelden, zoals WIO, BiDiB enzovoort.
Code
Zie LAN Configuratie.
Afbeelding
Afbeeldingsbestand opgeslagen in de afbeeldingsfolder om een decoderweergave af te beelden.
Klikken op de afbeeldingsknop opent de folder voor selectie van het afbeeldingsbestand.
Handboek
HTTP link naar de handleiding van de decoder. Klikken op de knop […] zal deze site openen in de standaard browser.
Als deze link verwijst naar een map zal de bestandsverkenner worden geopend en als de link direct naar een bestand in een locale map verwijst, zal dit bestand worden geopend.
Locatie
Beschrijving van waar de decoder is geïnstalleerd.
Node ID
Centrale afhankelijke waarde. (Selectrix, BiDiB, CBUS, …)
Adres en Subadres
Het decoderadres afhankelijk van het decodertype en de centrale.
Status
Geeft weer of de decoder verbonden is met de server, en toont de status: online / offline / fout.
Protocol
Sommige centrales ondersteunen meerderen protocollen; Controleer de gebruikershandleiding voor details.
Protocol versie
Als de centrale het decodertype niet zelf kan bepalen, moet u de versie opgeven zoals vermeld in ddx-nl of zoals beschreven in de SRCP‑specificatie. De meeste systemen gebruiken deze parameter niet, omdat deze rechtstreeks in de centrale wordt ingesteld of slechts één versie ondersteunen.
Fabrikantcode
Naam van de fabrikant
Catalogusnummer
Productnaam / catalogusnummer
Z-plan niveau
Niveau waarop de decoder wordt weergegeven linksboven in het baanplan na het herstarten van Rocview. Het symbool kan worden verplaatst met behulp van Baanplan bewerken.
De optie “Tonen” (checkbox) moet geactiveerd zijn.
Tonen
Indien geactiveerd, wordt de decoder‑SVG in het baanplan weergegeven.
Gegenereerd
Voor decoders die zich aanmelden wordt de invoer automatisch aangemaakt en verwijderd wanneer Rocrail wordt afgesloten. Door het vinkje te verwijderen blijft de invoer permanent opgeslagen.
Kritisch
Indien geactiveerd kan de automatische functie worden gestart, zelfs als de optie Controleer of alle decoders online zijn is ingeschakeld in de Rocrail eigenschappen.
SVG
Nummer van het accessoire‑SVG‑bestand voor de weergave van de accessoire-functiedecoder als symbool in het baanplan.
Beschrijving
Vrije tekst, bijvoorbeeld voor belangrijke informatie uit de handleiding.
Functies
Dit kan worden gebruikt om afzonderlijke uitgangen op de decoder te bedienen via Rocview of RocControl.
Het commando‑type kan worden gekozen tussen Uitgang of Functie.
Formaat: port:name[,port:name]
Voorbeeld:
2:Chim,3:Organ,1:Door
Een linkermuisklik op het decodersymbool opent het bedieningsdialoogvenster:
Initialiseren
Er zal een initialiseeropdracht naar de decoder worden gestuurd.
Programmeren
In het geval van een GCA protocol wordt de programmeerdialoog geopend voor het instellen van servo's of voor de WIO-configuratie.
Acties
See Acties voor meer details.


